Vanochtend hebben we weer lekker tot een uur of 7 geslapen. Daarna nog even lekker onder de douche gestaan, want de camping van vanavond heeft helemaal niks aan voorzieningen, behalve een firepit. Daarna zijn we rustig aan op pad gegaan. Eerst het rioolreservoir van onze camper legen, want het lampje brand dat het vol zit. Dat deed ik niet helemaal goed, waardoor dit gewoon over straat stroomde. Fantastisch... Gelukkig ligt er ook een tuinslang, waardoor ik de boel toch schoon achter kan laten. Het was gelukkig wel overduidelijk wat ik niet goed had gedaan, dus dat gaat vanaf nu niet meer verkeerd. Het lampje blijft overigens maar branden, die sensor klopt dan niet helemaal.
We gingen naar Schooner Cove, een paar kilometer van de camping, nog in Pacific Rim National Park. Deze trail zat gisteren dicht voor onderhoud, maar was vanochtend weer open. Een mooi pad met allemaal trappetjes door het regenwoud naar een erg mooi strand met wat kleine eilandjes vol bomen voor de kust. Het was mooi lopen en Nils vond het geweldig. Hij heeft zowel heen als terug de hele kilometer gelopen. We kwamen er bijna geen andere mensen tegen. De groep die we tegen kwamen, blies de hele tijd op fluitjes. Blijkbaar vinden beren dat een vervelend geluid of gaan ze weg omdat ze weten dat er mensen komen. Deze brombeer vond het ook maar een naar geluid. Na deze trail was het tijd om Pacific Rim te gaan verlaten. Het was een prachtig park, we hadden alleen de pech dat de zon er amper door kwam. Ik denk dat het met een mooi zonnetje nog veel meer indruk op ons achter gelaten zou hebben.
We reden eerst nog iets door naar Tofino om te tanken. Een half tankje erbij. Dat werd 86 liter. Gelukkig is omgerekend de prijs een euro per liter, dus ik hoef nog niet direct te gaan vakken vullen na de vakantie. Met volle tank reden we weer richting Port Alberni. Wat is die highway 4 een mooie route, maar wel heel intensief rijden. Een echte bergroute. De camper heeft een soort ingebouwde assistent, dan schiet de automaat bij het berg af rijden ineens naar een hogere versnelling. Op een snelweg als dit is dat irritant en zetten we de boel snel uit. Geregeld zijn er een soort parkeerplaatsen, waar je als camper of vrachtwagen geacht wordt te stoppen, als er 3 auto's of meer achter je klem zitten. We hebben er wel een aantal keer gebruik van moeten maken. In Port Alberni hebben we weer wat proviand ingeslagen en gebruik gemaakt van de wifi om elk ongerust hart te vertellen dat we nog in volle glorie leven. De afgelopen twee dagen waren we compleet off radar.
Daarna was het nog 30 kilometer naar de camping. Tussendoor zijn we toch nog gestopt bij Mac Millan Provincial Park. Daar rijd je toch doorheen en lopen wat paden tussen de grote bomen door. Men parkeerde al langs de weg, want de parkeerplaatsen zaten reeds vol. Dat zagen we pas op het laatste moment, maar met het betere remwerk waren wij ook net op tijd om de camper in de rij te zetten. Ergens een beetje onverwacht gezien het in Pacific Rim zo rustig was. Dan iets dichter bij de bewoonde wereld meteen drukte. Misschien trekken veel Canadezen er vandaag op uit voor een weekendje wildernis. Het park leek voor ons wel wat op de sequoia's uit Yosemite. Alleen hadden ze hier vooral hele hoge bomen, maar bij lange na niet zo dik als in Yosemite. Nu zagen we ook af en toe een eekhoorn, maar het zijn er echt weinig vergeleken met Amerika. Het klimaat zal het die beestjes hier dan toch wel wat moeilijker maken. Aan beide kanten van de weg zit een rond wandelpad, dat hield ons toch weer even bezig. Nils heeft weer beide stukken zelf willen lopen.
We reden eerst nog iets door naar Tofino om te tanken. Een half tankje erbij. Dat werd 86 liter. Gelukkig is omgerekend de prijs een euro per liter, dus ik hoef nog niet direct te gaan vakken vullen na de vakantie. Met volle tank reden we weer richting Port Alberni. Wat is die highway 4 een mooie route, maar wel heel intensief rijden. Een echte bergroute. De camper heeft een soort ingebouwde assistent, dan schiet de automaat bij het berg af rijden ineens naar een hogere versnelling. Op een snelweg als dit is dat irritant en zetten we de boel snel uit. Geregeld zijn er een soort parkeerplaatsen, waar je als camper of vrachtwagen geacht wordt te stoppen, als er 3 auto's of meer achter je klem zitten. We hebben er wel een aantal keer gebruik van moeten maken. In Port Alberni hebben we weer wat proviand ingeslagen en gebruik gemaakt van de wifi om elk ongerust hart te vertellen dat we nog in volle glorie leven. De afgelopen twee dagen waren we compleet off radar.
Daarna was het nog 30 kilometer naar de camping. Tussendoor zijn we toch nog gestopt bij Mac Millan Provincial Park. Daar rijd je toch doorheen en lopen wat paden tussen de grote bomen door. Men parkeerde al langs de weg, want de parkeerplaatsen zaten reeds vol. Dat zagen we pas op het laatste moment, maar met het betere remwerk waren wij ook net op tijd om de camper in de rij te zetten. Ergens een beetje onverwacht gezien het in Pacific Rim zo rustig was. Dan iets dichter bij de bewoonde wereld meteen drukte. Misschien trekken veel Canadezen er vandaag op uit voor een weekendje wildernis. Het park leek voor ons wel wat op de sequoia's uit Yosemite. Alleen hadden ze hier vooral hele hoge bomen, maar bij lange na niet zo dik als in Yosemite. Nu zagen we ook af en toe een eekhoorn, maar het zijn er echt weinig vergeleken met Amerika. Het klimaat zal het die beestjes hier dan toch wel wat moeilijker maken. Aan beide kanten van de weg zit een rond wandelpad, dat hield ons toch weer even bezig. Nils heeft weer beide stukken zelf willen lopen.
Na deze leuke onderbreking reden we de laatste paar kilometer naar Little Qualicum Falls, waar de camping dezelfde naam draagt. Zo hebben we ook wel weer genoeg gereden voor vandaag. Hier hebben we een camping zonder stroom en douches. Goed voor het outback gevoel. Onderweg zag Metteke nog een hert langs de weg liggen, maar ik heb de ogen toch nog echt op de weg nodig achter het stuur van de camper. Goed en wel gesetteld op de camping zijn we naar de gelijknamige waterval gelopen. Het riviertje stroomt langs de camping, dus dat was gelijk niet al te ver. Wat een mooie waterval! Je hebt mooi zicht op het heldere water, prima plek voor een overnachting. Ook daar heeft Nils een aardig stuk zelf gelopen. Voor die kleine beentjes vandaag het equivalent van een marathon. Er zaten echter ook wel wat stukken bij dat het beter was dat wij Nils in de draagzak meenamen. Dat vond ie helemaal niets, totdat we hem zeiden dat papa dan een paardje was. Dat vond ie wel mooi. Nils zijn favoriete woord deze vakantie is 'nee', maar toen Metteke na een flinke klauterpartij met Nils op mijn rug vroeg of het nog wel ging, zei meneer ineens vrolijk 'ja!'. Hij kiest zijn moment wel. De waterval is echt kraakhelder en het zal ook wel ijskoud zijn. Lekker om hier het eind van de middag nog even door te brengen.
Eenmaal terug bij de camper bakken we nog een eitje en roosteren het brood boven ons kampvuur, maar helaas begint het wat te miezeren. Volgens Jehova's onderweg (die op een parkeerplaats het gesprek over de bijbel aanboden) zou het morgen weer opklaren. Het gesprek heeft zich echter niet heel veel verder ontwikkeld dan het bericht over mooi weer. Daar hopen we op, want we gaan met de boot de zee op!
Eenmaal terug bij de camper bakken we nog een eitje en roosteren het brood boven ons kampvuur, maar helaas begint het wat te miezeren. Volgens Jehova's onderweg (die op een parkeerplaats het gesprek over de bijbel aanboden) zou het morgen weer opklaren. Het gesprek heeft zich echter niet heel veel verder ontwikkeld dan het bericht over mooi weer. Daar hopen we op, want we gaan met de boot de zee op!
Stellers gaai
Amerikaanse rode eekhoorn
I


Geen opmerkingen:
Een reactie posten